Tag Archives: wetswinkel

Georloofde loonvormen

Bij loon dat wordt uitbetaald in geld, gaat het om een vast bedrag dat naar geldruimte is vastgesteld dan wel het zogenoemde ‘stukloon‘ (zie 4.7.3). Loon in natura Art. 7:617 lid 1 onderdeel b BW geeft aan dat een geoorloofde loonvorm die vorm van loon mag zijn die gewoonte is of die wenselijk is vanwege de aard van de onderneming van de werkgever. Het gaat dan om zaken die geschikt zijn voor persoonlijk gebruik laan de werknemer.

Bij dit loon in natura gaat het dus om allerhande goederen en dien-dien van de onderneming van de werkgever die ten goede komen aan de werknemer. Dan kan het gaan om kortingen op de eigen producten en gratis rechtsbijstand voor personeel van een advocatenkantoor. Maar dat niet alleen; het kan ook gaan om abonnementen, telecommunicatieapparatuur en niet te vergeten de auto die door de werkgever aan de werknemer ter beschikking wordt gesteld.

Wanneer die auto echter uitsluitend ter beschikking van de werknemer is gesteld voor het verrichten van de bedongen werkzaamheden, dan is er geen sprake meer van loon (in natura). Er moet wel op worden gewezen dat uitdrukkelijk van het geoorloofde loon in natura is uitgeademd alcoholhoudende drank en andere voor de gezondheid schadelijke genotmiddelen.

De dienstwoning

art. 7:617 lid 1 onderdeel c BW wordt nog een andere geoorloofde loonvorm ge- d, namelijk het gebruik van een woning, de verlichting en de verwarming inbegrepen. Het gebruik van water valt daar dus buiten. Het gaat hier niet alleen om de zo-de dienstwoning, maar het kan ook in een andere vorm zijn gegoten. Bij de dienstwoning kan een onderscheid worden gemaakt tussen de eigenlijke woning en de oneigenlijke dienstwoning. In dat laatste geval speelt de vraag of sprake is van een gemengde overeenkomst.

De eigenlijke dienstwoning is wij ons hier op richten. In dat geval gaat het om een werknemer die met het oog de door hem te verrichten arbeid een bepaalde woning moet bewonen en die gewoon die reden tot de verplichtingen van de werknemer behoort.328 Daarbij kan geworden aan de conciĆ«rge, de filiaalhouder, de boswachter, de landarbeider en de werknemer die een bewakingstaak heeft. Het gaat hier dus om een overeenkomst waar eenĀ gebruiksplicht op de werknemer ligt. Niet van belang in dat kader is of de bewerknemer enige vergoeding voor het gebruik van die dienstwoning.

De zelfstandige eenheid kan bijvoorbeeld blijken uit het voeren van een eigen naam en/of uit de bevoegdheid van de dagelijkse leiding om personeel aan te nemen en te ontslaan. Deze omschrijving is alleen bedoeld als een handvat. Daaruit kan worden afgeleid dat bijvoorbeeld een businessunit een bedrijfsvestiging kan zijn in de zin van het Ontslagbesluit. In de praktijk zal echter steeds moeten worden nagegaan of in de gegeven situatie in ieder geval aan de bedoeling van het verplichte afspiegelingsbeginsel wordt voldaan.

Een tweetal voorbeelden ter verduidelijking. In het eerste voorbeeld heeft een onderneming een tweetal bedrijfsvestigingen, waar dezelfde producten worden gefabriceerd. Door een teruglopende omzet worden uit een oogpunt van kostenbesparing beide bedrijfsvestigingen samengevoegd. Een redelijke toepassing brengt met zich dat daar waar het gaat om een ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen het verplichte evenredigheids- of afspiegelingsbeginsel in dit geval wordt toegepast op de personeelsbestanden van beide vestigingen tezamen.”‘

Ook in het tweede voorbeeld heeft een onderneming een tweetal bedrijfsvestigingen, waar dezelfde soort werkzaamheden worden uitgevoerd en die binnen een redelijke afstand van elkaar zijn gelegen. Omdat de hoeveelheid werkzaamheden van tijd tot tijd nogal verschilt, wordt het personeel van beide vestigingen – naar gelang de toe- en afname van die werkzaamheden onderling uitgewisseld.

In de praktijk betekent dit dat het productiepersoneel regelmatig in de beide bedrijfsvestigingen werkzaam is. Ook in dit voorbeeld is het redelijk dat, daar waar het gaat om een ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen, het dienstjarenbeginsel wordt toegepast op de personeelsbestanden van beide vestigingen tezamen.

Per categorie uitwisselbare functies

Vervolgens het begrip ‘per categorie uitwisselbare functies’. Daaraan wordt in de literatuur een verschillende invulling gegeven. Zo wordt er mee bedoeld een groep functies die naar aard, inhoud, omstandigheden, functieniveau en beloning wederkerig, vergelijkbaar en gelijkwaardig zijn.

Maar ook wordt aangevoerd dat het bij uitwisselbare functies gaat om drie zaken, namelijk: – de aard en de inhoud van de functies; – de rol van de functies in het productieproces van de onderneming na de reorganisatie en – de kennis en ervaring die de werknemer nodig heeft voor de uitoefening van de functies.’ Aard en inhoud zijn doorslaggevend.’ Het gaat er bij uitwisselbare functies niet om of werknemers onderling uitwisselbaar zijn en ook niet of een werknemer op basis van persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden in staat is een andere functie te vervullen.