Werknemersverenigingen

Verklaring van werknemersverenigingen over noodzaak verval van arbeidsplaatsen voldoende

De in lid 1 van art. 4:1 Ontslagbesluit op de werkgever gelegde verplichting om aannemelijk te maken dat op grond van bedrijfseconomische motieven arbeidsplaatsen moe-ten vervallen, geldt niet als er sprake is van een zogenoemd collectief ontslag op grond van de Wet melding collectief ontslag. Bij een collectief ontslag is de werkgever verplicht om de belanghebbende werknemersverenigingen te informeren en te raad-plegen bij het voornemen om de arbeidsovereenkomsten van 20 of meer werknemers binnen een periode van drie maanden te beëindigen (zie art. 3 lid 1 WMCO).

De raadpleging van de werknemersverenigingen is bedoeld om het collectief ontslag te voorkomen of het aantal ontslagen te verminderen (zie art. 3 lid 3 WMCO). Als nu door de werkgever bij zijn verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst van de verschillende werknemers te mogen opzeggen een verklaring is gevoegd waarbij de werk-nemersverenigingen aangeven dat de door de werkgever aangevoerde motieven leiden tot het vervallen van het door hem voorgestelde aantal arbeidsplaatsen, dan blijft de toets van de Centrale organisatie werk en inkomen van de bedrijfseconomische motieven achterwege.

Dat laat overigens wel onverlet dat de Centrale organisatie werk en in-komen bezwaren van individuele werknemers over de bedrijfseconomische noodzaak die zijn gebaseerd op nieuwe feiten en/of omstandigheden en die zich voordoen na het indienen van het desbetreffende verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen voor een reactie kan voorleggen aan de werkgever. In dat geval zal de Centrale organisatie werk en inkomen alsnog moeten beoordelen of de door de werkgever aangevoerde bedrijfseconomische ontslagredenen redelijkerwijs moeten lei-den tot het verval van het voorgestelde aantal arbeidsplaatsen. Er moet wel nadrukkelijk op het volgende worden gewezen.

De verklaring van de belanghebbende werknemersvereniging dat de door de werkgever aangevoerde redenen leiden tot verval van arbeidsplaatsen is gekoppeld aan een collectief ontslag in de zin van de Wet melding Collectief ontslag. Als er bedrijfseconomische motieven spelen waarbij de arbeidsplaatsen van minder dan 20 werknemers in het geding zijn, zal de werkgever dus altijd aannemelijk moeten maken dat die arbeidsplaatsen moeten vervallen.

De keuzerechtvaardiging

Als de noodzaak tot verval van arbeidsplaatsen op grond van bedrijfseconomische motieven vaststaat, komt vervolgens de individuele keuzerechtvaardigring aan de orde. Daarbij gaat het dan om de keuze van de werknemers die voor ontslag in aanmerking komen. Die keuzerechtvaardigring is geregeld in art. 4:2 Ontslagbesluit. Bij deze keuze-rechtvaardiging spelen de begrippen ‘bedrijfsvestiging’ (zie onderdeel Bedrijfsvestiging) en ‘per categorie uitwisselbare functies’ (zie onderdeel Per categorie uitwisselbare functies) een grote rol.

Bedrijfsvestiging

Bij het begrip ‘bedrijfsvestiging’ gaat het in beginsel om elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband. Of er sprake is van een dergelijke omstandigheid.